Respijtzorg van studenten geeft dynamiek

Feiten en cijfers over mantelzorgers

Bij de gemeente De Ronde Venen boden studenten Social Work als stage respijtzorg aan mantelzorgers en hulpvragers. Dit initiatief van het steunpunt Mantelzorg bleek heel succesvol. ‘Dit werkt vooral, omdat het voorziet in een behoefte aan gezelschap en aandacht’, vertelt Ester Hoogkamp, coördinator van het steunpunt Mantelzorg. ‘Houd wel rekening met begeleiding van de studenten.’

Ester werkt twee dagen in de week voor het steuntpunt Mantelzorg en ondersteunt in de 8 dorpen van de gemeente zo’n 700 mantelzorgers door te signaleren, hulp te organiseren en waar nodig door te verwijzen.

‘Het idee om studenten stage te laten lopen is eind 2019 ontstaan vanuit het project Respijt, waar ik samen met mijn collega Margot Bosma als coördinator van het steunpunt Mantelzorg bij betrokken was. Margo is coördinator van het project om de gemeente ‘dementievriendelijk’ te maken en kwam via het Dementienetwerk Utrecht-West in contact met iemand van de Hogeschool Utrecht. Margo is groot voorstander van de inzet van jonge mensen in de dementiezorg. Zo is het balletje gaan rollen. We hebben ons ingeschreven voor de werkplaats respijtzorg van het programma In voor mantelzorg-thuis en hebben in dat kader ook deze stage vormgegeven.’

10 studenten

Er waren stageplaatsen voor studenten Social Work uit het eerste jaar. Er zijn in totaal tien eerstejaars studenten geweest die hiervoor hebben gekozen. Zij hebben vanaf september 2020 tot en met februari 2021, in duo’s, één dag in de week respijtzorg verleend aan mantelzorgers van mensen met dementie. Ze kwamen in huis bij de cliënt, zodat de mantelzorger even tijd had voor zichzelf. Bij de mensen thuis deden de studenten van alles. Van een gezellig kopje theedrinken, rummikub spelen, of samen cupcakes bakken tot een boek dat besteld was samen ophalen bij de bibliotheek of gewoon een stukje wandelen.

Gezamenlijke start en afsluiting

Voor- en achteraf was er begeleiding vanuit het steunpunt. Ester: ‘De eerste dag hebben we de studenten samen rondgeleid door Mijdrecht langs een aantal wooncomplexen voor ouderen en ze uitleg gegeven over de insteek. De week daarna konden ze beginnen. We kozen specifiek voor duo’s, omdat dat luchtigheid geeft en ze zo samen goed kunnen reflecteren op wat er is gebeurd en gezegd. Uiteraard is vooraf wel verteld dat ze mét de cliënten en niet over de cliënten mochten praten tijdens de respijtzorguren. Na een gezamenlijke start met ons en alle andere stagiairs, gingen ze vervolgens in de duo’s naar het eerste adres. Daar bleven ze twee uur. Dat is echt lang genoeg. In de middag volgde een tweede adres, waarna ze terugkeerden voor een gezamenlijke afsluiting waarbij we doornamen wat ze hadden meegemaakt.’

Dynamiek

Wat vonden de cliënten en studenten hier zelf van? ‘De studenten vonden het heel leerzaam. Ze wisten vaak niet wat dementie precies inhield. Door een half jaar met iemand en diens mantelzorger op te trekken, maak je een stuk van het ziekteproces mee. Er was gelukkig veel ruimte voor plezier en creativiteit. Zo is een man, ondanks de coronatijd en dankzij wat regelwerk, met zijn stageduo naar een biljartzaal gegaan in het buurthuis. Daar heeft hij ze leren poolbiljarten. Een andere cliënt was zelf sociaal hulpverlener geweest en kon hier nu fijn over praten. De cliënten waren door dit soort ideeën zelf ook blij verrast en de dynamiek van een jongere in huis was zeker een meerwaarde voor ze.’

Gezelschap

En de mantelzorgers? Wat vonden die ervan dat er ineens twee studenten in hun huis kwamen? Ester: ‘Partners hadden er vaak in eerste instantie wel moeite mee om los te laten. De meeste zijn dan ook niet echt zelf weggegaan. Dit werkt desondanks, omdat het voorziet in een behoefte aan gezelschap en aandacht. Het voelt gelijkwaardig, ze mogen zichzelf zijn. Soms hadden cliënten het gevoel dat ze studenten iets kunnen leren. Zoals die mevrouw die kon vertellen over haar werk als hulpverlener. Ze voelde zich daardoor echt extra waardevol. Dat is ook prettig voor de mantelzorger om te zien.’

Voorbereiding en begeleiding

Waar Ester wel op wijst, is het voorbereidingswerk en begeleidingswerk voor de initiatiefnemende organisatie. ‘Een stagevergoeding en kilometervergoeding horen er sowieso terecht bij. Door coronarichtlijnen moesten we ook een ruimte huren die groot genoeg was om met alle studenten samen te kunnen overleggen en waar zij bijvoorbeeld van de wc-gebruik konden maken. Maar nog belangrijker’, benadrukt Ester, ‘is dat er goede begeleiding nodig is voor de studenten. De Hogeschool begeleidt ze op school, maar er komt toch veel op de organisatie zelf neer. De gezamenlijke start en afsluiting bijvoorbeeld. En wat daarnaast bij de voorbereiding hoort: de matches tussen de cliënten en de duo’s. Met wat aandacht krijg je daar hele leuke ervaringen voor terug. Het is dus een flinke investering, maar ook met een heel mooi resultaat. We willen het vanaf september weer doen, dus we vinden het zeker een groot succes.’

Ester heeft ook wat punten die ze volgende keer anders zou aanpakken. ‘Ik zou er dan voor kunnen zorgen dat de stagiairs een dagdeel kunnen helpen in het buurtcafé waar mensen met dementie werken, zodat ze niet twee dagdelen bij iemand thuis zijn. Daarnaast zou ik ze de volgende keer ook meer meenemen in wat dementie is. We willen een training geven samen met dementievriendelijk.nl, voor extra verdieping op de thema’s mantelzorgers en mensen met dementie. Wat maakt iemand die dementie krijgt mee, hoe ontwikkelt het zich en hoe kan je daar als stagiair op een prettige manier op inspelen? Daar mag meer aandacht voor zijn in de startfase van de stage. Dat zou mijn tip zijn voor iedereen die dit wil gaan organiseren.’

Deel dit artikel
In voor mantelzorg © 2021. Alle rechten voorbehouden