Mensen bij elkaar brengen

In Leusden hoeft niemand er alleen voor te staan. Met dit uitgangspunt is in deze gemeente de lokale lerende praktijk gestart van In voor mantelzorg-thuis. ‘Er zijn veel mensen die hulp nodig hebben en veel vrijwilligers die hulp bieden. Toch kunnen ze elkaar niet vinden. Hoe brengen we ze wél bij elkaar?’

In Leusden zijn er twee projectleiders voor In voor mantelzorg-thuis. Ingrid ter Heerdt is teamleider bij Stichting Lariks voor Welzijn en Zorg en Hans Sybrandy is projectleider op vrijwillige basis. Samen zijn ze vastbesloten om een grote stap te zetten in een betere ondersteuning van mantelzorgers. Sybrandy: ‘We weten dat er mantelzorgers zijn die ondersteuning nodig hebben. Dat horen we van huisartsen, wijkverpleegkundigen, fysiotherapeuten: van alle hulpverleners. Maar toch vragen mensen niet om hulp. Hoe komt dat? Is het schaamte, weten mensen niet waar ze terechtkunnen?’

Handelingsverlegenheid

Ter Heerdt vult aan: ‘Naast deze vraagverlegenheid zien we ook veel handelingsverlegenheid bij hulpverleners. Hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen die hulp nodig hebben op de juiste plek terechtkomen? Hoe kunnen we elkaar meer aanspreken? Hoe zorgen we ervoor dat bijvoorbeeld huisartsen of fysiotherapeuten meer doorverwijzen? We hebben hier meer vrijwilligers dan het landelijk gemiddelde. Die kunnen en willen veel doen. Daar wordt door formele zorg echt onvoldoende gebruik van gemaakt.’

Beter doorverwijzen

Beiden denken dat er veel te halen valt als zorgverleners over hun verlegenheid heen stappen. ‘Doorverwijzen is eigenlijk nog een te beperkte actie’, zegt Ter Heerdt. ‘Hulpverleners zouden moeten vragen: mag ik een mailtje sturen naar een organisatie die u kan ondersteunen? Dan nemen ze contact met u op. Of dat waar je je ook meldt, je altijd verder wordt geholpen. Ben je het niet zelf, zorg dan voor een warme overdracht.’

In de wijk

Ook hebben ze verwachtingen van de buurtinitiatieven die er in Leusden zijn. ‘We hebben in deze gemeente De Huiskamer van Leusden. Daar kan iedereen in de gemeente terecht met vragen’, vertelt Sybrandy. ‘Maar misschien moeten we het juist wel meer in de wijk zoeken via de buurtverenigingen die er zijn. Wellicht is het dan makkelijker voor mensen om hulp te vragen en ook voor hulpgevers om te zien wie hulp nodig heeft. Centrale regie is dan niet meer nodig.’

De komende periode gaan ze binnen het programma In voor mantelzorg-thuis met dit vraagstuk aan de slag. Sybrandy: ‘Het is belangrijk dat we nu eerst een goede samenwerking neerzetten. Voor je wat doet, moet je weten wie verantwoordelijk is voor wat. Dat doen we door heel veel organisaties en mensen uit Leusden te betrekken en te bevragen. Wat doen zij? Waarom denken zij dat vragen uitblijven of doorverwijzen niet lukt? Wat is er nodig om het wel te laten slagen? Van vrijwilligersorganisatie tot huisartsen en van kerken tot de Rotary: iedereen die iets doet met of voor mantelzorgers willen we betrekken.’

De volgende stap is dan proberen wat er in de praktijk werkt. Met misschien wel een pilot in de wijk of bij huisartsen. ‘Dan kun je ook zien waarom iets wel of niet werkt. Wat we willen veranderen is eigenlijk niet zo spannend. Een betere doorverwijzing en overdracht’, besluit Sybrandy. ‘Maar hoe kun je het nu zo regelen dat het ook echt gebeurt. Dat is de uitdaging. Als we dat voor elkaar hebben, hoeft niemand in Leusden er meer alleen voor te staan.’

Deel dit artikel
In voor mantelzorg © 2019. Alle rechten voorbehouden