Een match maken tussen vrijwilligers en mantelzorgers

‘Ik zou heel graag willen dat we vrijwilligers meer kunnen inzetten om mantelzorgers te ontlasten. Mijn droombeeld is dat we als steunpunt hiervoor gaan bemiddelen. Vrijwilligers en mantelzorgers melden zich aan en wij zorgen voor een match.’ Martine van Garderen is welzijnswerker bij SWO in Renswoude. Ze vertelt over waarvan zij meer zou willen.

In voor mantelzorg-thuis werkt volgens het principe van waarderend onderzoeken. Een van de kenmerken hiervan is dat je kijkt waar je meer van wilt. Wat gaat al goed? En hoe kun je zorgen dat dat uitbreidt? Daarom vragen we deelnemers naar hun droombeeld. Waar willen zij meer van?

SWO wil met hun deelname aan In voor mantelzorg-thuis mantelzorgers beter ondersteunen. ‘Hoe meer we in beeld krijgen waaraan mantelzorgers behoefte hebben, hoe beter we met en voor hen kunnen samenwerken. Dat is de insteek van onze deelname’, legt Martine uit. Een van die behoeftes is, schat ze in, ondersteuning van mantelzorgers door vrijwilligers. ‘Renswoude is een klein dorp, waarin de cultuur is dat je voor elkaar zorgt. Mensen noemen zich daarom niet zo snel mantelzorger. Je doet dat gewoon, zorgen voor familie of buren. Hulp vragen is daardoor soms lastig. Toch zie ik ook dat mantelzorgers soms meer ondersteuning nodig hebben.’

Verschillende rollen

Voor vrijwilligers ziet Martine hierin op verschillende manieren een rol weggelegd. “Ze kunnen de zorg tijdelijk overnemen, bijvoorbeeld voor een middag. Dan kan de mantelzorger even van huis of tijd besteden aan een hobby. Maar een vrijwilliger kan ook helpen met klussen in en om het huis of bijvoorbeeld even boodschappen doen. Ook dat geeft de mantelzorger wat ontlasting. Of misschien is een mantelzorger wel op zoek naar iemand die kan zorgen voor vervoer. Een vrijwilliger kan dus op veel manieren helpen. Mijn ideaalbeeld is dat mensen die vrijwilligerswerk willen doen en mantelzorgers die een vraag hebben zich bij mij gaan melden. Vervolgens koppelen we ze 1 op 1. Uiteindelijk is het natuurlijk de bedoeling dat de mantelzorger zich ondersteund voelt en het zorgen langer kan volhouden.’

Match maken

‘Ik denk overigens dat deze hulp al veel gebeurt hoor, maar dan informeel, dus niet georganiseerd’, vervolgt Martine. Waarom ze het dan toch zou willen organiseren? ‘Juist om die match te kunnen maken. En ook om de hulpvraag makkelijker te maken. Het kan voor een mantelzorger fijn zijn om te weten dat er een groep vrijwilligers is die kan ondersteunen. Dat verlaagt hoop ik de drempel om hulp te vragen. Het helpt misschien ook om de weg naar andere hulp makkelijker te maken, zodat overbelasting eerder kan worden voorkomen. Voor vrijwilligers kan het fijn zijn als ze ondersteuning krijgen bij een afgebakende hulpvraag en bijvoorbeeld ook de mogelijkheid hebben om op termijn te stoppen. Dat is toch lastiger als je zonder formele organisatie vrijwilliger wordt. Want wie gaat hulp geven als jij er niet meer bent? Bij formele tussenkomst mag je verwachten dat er een nieuwe vrijwilliger wordt gezocht.’

‘Ik realiseer me wel dat ik zelf een heel praktisch plaatje in mijn hoofd heb. Voordat het zover is, hebben we nog wel een weg te gaan. Daarom zijn we ook zo blij met dit programma. Want dit helpt om ons echt te in te leven in mantelzorgers en te zoeken naar manieren waarmee zij zijn geholpen.’

‘De kinderen weten dat ik stand-by ben’

Gerrie Gotink is zo’n vrijwilliger waarvan Martine er graag meer van ziet. Als 25 jaar lang helpt ze iemand uit het dorp. De hulp ontstond spontaan tijdens een ontmoeting bij de rijdende kaasboer.

‘Ik ga er elke dinsdagmiddag heen. De was strijken, wat klussen doen. En sinds het slechter gaat, laat ik ook elke morgen de hond uit. Soms ook ’s middags. En verder doe ik wat nodig is. Een boodschap, vogelvoer ophangen in de tuin, het terras aanvegen. Er zijn ook kinderen in de buurt hoor, maar zij werken allemaal en hebben zelf kinderen. Voor hen is het fijn om te weten dat ik stand-by ben en dat ze een beroep op mij kunnen doen. Ik krijg daar ook regelmatig bedankjes voor. Het wordt echt op prijs gesteld.’

Daarnaast is Gerrie ook actief bij andere ouderen in het dorp. ‘De patiëntenvereniging heeft me bijvoorbeeld gevraagd of ik een keer in de week met een dame wil gaan wandelen. Dat doe ik nu. Is het slecht weer? Dan doen we iets binnen. Nu wil ze graag dat ik foto’s in kom plakken van haar 90e verjaardag. Haar kinderen wonen verder weg, dus voor hen is dat lastiger. Dan doe ik dat toch. Dan ga ik daar de hele middag plakken.’

Ze doet het graag, maar zegt het ook als iets te veel is. ‘Met de auto op pad en de rolstoel in- en uitklappen, doe ik niet meer. Dat wordt echt te zwaar. Dat is ook geen probleem. Dat pakken de kinderen dan op.’ Verder ziet ze ook voordelen. ‘Dat wandelen met de hond vind ik heerlijk. Even een frisse neus halen.’

Formele bemiddeling is voor haar niet nodig. ‘Mensen weten me wel te vinden’, lacht ze. ‘Maar ik kan me wel voorstellen dat niet iedereen zo makkelijk om hulp vraagt. In het dorp wordt van alles georganiseerd. Bij de bibliotheek is er bijvoorbeeld soep eten en koffiedrinken. Het zou goed zijn om daar eens te vragen wat mensen zouden willen.’

Deel dit artikel
In voor mantelzorg © 2020. Alle rechten voorbehouden