Beschikking dagopvang snel regelen via de casemanager dementie

dagbesteding

Uit de lokale praktijk ’s-Hertogenbosch

Samen werken aan toegankelijke respijtzorg voor mantelzorgers is een van de speerpunten van de lokale lerende praktijk in ’s-Hertogenbosch. Hoe kun je de Wmo-beschikking voor dagbesteding voor ouderen met dementie soepeler regelen? In ’s-Hertogenbosch zijn afspraken gemaakt om de aanvraag voor een beschikking dagbesteding soepeler te laten verlopen. We spreken met Wmo-consulent Wendi Sprengers en POH’er* Ilse van der Vaart. Tijdens een bijeenkomst van In voor mantelzorg-thuis spraken zij af om zich in te zetten om de samenwerking tussen huisartsenpraktijk en Wmo-loket ook efficiënter in te richten.

Hoewel je ‘gespecialiseerde dagbesteding regelen’ in een ademteug hardop kunt zeggen, blijkt het in werkelijkheid een proces te zijn voor de lange adem. Van der Vaart: ‘De wachttijden tot het eerste contact waren lang. Het administratieve proces neemt ook veel tijd in beslag. Voordat de beschikking rond was, was je soms 2 maanden verder. In de tussentijd blijf je mantelzorgers en de mensen met dementie steeds motiveren om de stap naar dagopvang te gaan zetten. En als het dan zover is, kan het zomaar zijn dat iemand toch niet meer wil.

Adempauze voor mantelzorgers
Gespecialiseerde dagopvang is een vorm van respijtzorg. De thuiswonende oudere met dementie krijgt een passende invulling van zijn of haar dag en daarmee krijgt de mantelzorgers tijd en ruimte voor zichzelf. Een casemanager dementie kan mantelzorgers helpen om passende zorg- en ondersteuning te regelen. 

Stap 1: de casemanager dementie hoeft niet meer via de voordeur

Hoe was het geregeld?

Sprengers licht toe dat aanvragen voor gespecialiseerde dagbesteding binnenkomen via ‘de voordeur’. Een Triageteam (onder de noemer KOO) van de gemeente gaat na of een Wmo-voorziening een passend antwoord is op de situatie en of afschalen naar bijvoorbeeld een huiskamerproject niet een alternatief is. Als dagopvang passend lijkt, start een traject van huisbezoeken, formulieren ondertekenen en het maken van een plan van aanpak voor beoordeling. Als dan alles goed is, komt die beschikking. Voor het zover is, zijn er vaak maanden verstreken.

Overweging voor intensievere samenwerking

Sprengers: ‘We vroegen ons bij de gemeente eerder al af of we gebruik konden maken van de expertise van casemanager dementie en vertrouwen op diens deskundigheid. Deze kent de sociale kaart, de mogelijkheden om af te schalen naar bijvoorbeeld een huiskamerproject, en weet wat wenselijk is in de situatie van de hulpvrager. Bovendien is het belastend voor de mantelzorger en/of patiënt om het verhaal steeds opnieuw te moeten vertellen, formulieren ondertekenen en afspraken zoals huisbezoeken nakomen.’

Hoe is het nu geregeld?

De casemanager vult het aanvraagformulier in en hoeft niet meer langs KOO, maar kan rechtstreeks schakelen met de WMO consulent rond de dagbesteding. Dat levert voordelen op voor de mantelzorgers. Sprengers legt uit: ’De casemanager vult samen met de cliënt en diens mantelzorger een speciaal ontworpen formulier in. Dit wordt dan ook meteen ondertekend. Dat geeft antwoord op de meeste vragen van de Wmo-consulent. De antwoorden die we krijgen van de casemanager bieden voldoende informatie voor een goede beoordeling, zodat het huisbezoek komt te vervallen. Het formulier vervangt als het ware het plan van aanpak. De Wmo-consulent controleert of alle informatie erin staat en of er aan de wettelijke onderzoek plicht wordt voldaan. Bij twijfel neemt de consulent contact op met de casemanager. Deze vult aan indien nodig. Dat hoeft dus ook niet meer ondertekend te worden. Ook denken de mantelzorger en casemanager van tevoren na over welke dagbesteding zou passen en informeren zij of er plaats is en op welke termijn.

Tot nu zien we dat het scheelt wanneer we via deze wijze werken. Ook al is het aantal aanvragen nog niet zo hoog als we graag zouden zien.’

Wat gaat er goed in de samenwerking? En wat is er nodig daarvoor?

Sprengers: ‘Wat goed gaat is dat een aanvraag voor dagbesteding nu binnen ongeveer 2 weken is geregeld. Door de samenwerking met KOO, kunnen we die vragen eerder oppakken. Als er bij KOO vragen binnenkomen waarbij spoed wordt aangegeven zijn er 2 collega’s die dat beoordelen en die vragen met voorrang in het team kunnen verdelen. Er hebben 2 evaluatiemomenten plaatsgevonden. Hieruit blijkt dat de inwoners het als zeer positief ervaren dat cliënten niet onnodig belast worden met een huisbezoek en opnieuw hun verhaal hoeven te vertellen. Ook wordt de snelheid waarmee de beschikking rond is als positief.’

Uitbreiding met mantelzorgconsulent vanwege goede ervaringen

Sprengers laat weten dat de pilot met de beschikking door de casemanager dementie dermate positief heeft uitgepakt dat het concept is uitgerold naar andere doelgroepen. Zo zijn er afspraken met het Jeroen Bosch ziekenhuis gemaakt omtrent mensen die na ontslag naar huis mogen maar waarbij er eerst zorg geregeld moet worden (boodschappen, huishoudelijke hulp). Daarnaast is er een rechtstreeks contactpersoon voor de casemanagers voor jonge mensen met dementie. Een mantelzorgconsulent bekijkt alle opties eerst. ‘Dus wanneer de aanvraag de Wmo-consulent bereikt, dan weten wij dat alle ander opties als bekeken zijn en hoeven we dat niet nog eens over te doen.’

Wens: beschikking via de huisartsenpraktijk

Er wordt nu bekeken of ook POH’ers op deze manier kunnen gaan werken. Van der Vaart : ‘De wachttijden bij de gemeente zijn verkort, maar als POH’er moet ik nog via de voordeur. Ik verwacht dat hier ook nog een verbeterslag te maken valt. Veel mensen hebben geen begeleiding van een casemanger dementie namelijk. Daarom zijn we ook zo blij dat we elkaar getroffen hebben en dit samen gaan oppakken.

Tot slot wat zijn praktische tips voor andere gemeenten?

Van der Vaart: ‘ In de samenwerking vraagt het een open blik en goed luisteren, dat is ons vak ook dus we kunnen dat! Wat echt belangrijk is het elkaar kennen en weten wie wat kan doen. Wat moet jij als Wmo-consulent weten? En waarom? Wat heb je dan van mij nodig?’ Organiseer een meeting, speeddate of inloopkoffie, waarin je elkaar leert kennen.

Zo weet je waar welke kennis zit, maar kun je ook signalen naar elkaar doorspelen. We begrijpen dat dit door hoge werkdruk wellicht onderaan de prioriteitenlijst staat. Maar iets laagdrempeligs als elkaar (video)bellen is een optie.’ Sprengers: ‘Heb begrip voor elkaars situatie. We hebben een gemeenschappelijk doel: zorgen voor de juiste ondersteuning waardoor, Mensen langer thuis kunnen blijven wonen zonder dat de mantelzorgers worden overbelast.’

*praktijkondersteuner in de huisartsenpraktijk

Deel dit artikel
In voor mantelzorg © 2020. Alle rechten voorbehouden