Mantelzorgers vaker actief bij Ziekenhuis Rijnstate

U bevindt zich hier: Home | Toolkit | Praktijkvoorbeelden | Mantelzorgers vaker actief bij Ziekenhuis Rijnstate

Mantelzorgers vaker actief bij Ziekenhuis Rijnstate

Nefrologie (nierziekten) is typisch een ziekenhuisafdeling waar veel acute opnamen plaatsvinden van patiënten die al geruime tijd in een kwetsbare gezondheidstoestand thuis wonen. Na hun ontslag uit het ziekenhuis nemen hun mantelzorgers de zorg weer over. Structurele aandacht in het ziekenhuis voor de situatie thuis en de vragen die de mantelzorgers hierbij hebben, is hierbij van enorme meerwaarde. Wordt dit niet opgepakt, dan kan het kan voorkomen dat patiënten snel weer moeten worden opgenomen.


Bij ziekenhuiszorg denkt niet iedereen direct aan aandacht voor de mantelzorger van de patiënt. Ziekenhuisbezoek is immers in veel gevallen een afgerond geheel: de patiënt wordt opgenomen en behandeld en gaat weer naar huis. Dit laatste zelfs steeds sneller: het aantal dagbehandelingen is sterk gegroeid en de gemiddelde opnameduur ligt nog maar rond de vijf dagen. Toch was de afdeling nefrologie van ziekenhuis Rijnstate direct geïnteresseerd toen de vraag van In voor Mantelzorg kwam om in te tekenen op een project om de ondersteuning aan mantelzorgers te versterken.

Spoedopnamen van kwetsbare ouderen

‘In het geval van onze specialisatie zeker geen overbodige luxe, want het betreft hier vaak spoedopnamen van kwetsbare ouderen’, zegt hoofd zorgteam Vera Davidson Descelles-Verhoeven. ‘Mensen die plotseling worden weggetrokken uit een thuissituatie en waarbij sprake is van grote ongerustheid bij de partner of kinderen. “Hoe moet het nu verder?, “Ik maak me zorgen” en “Het ging al niet zo goed thuis” zijn typisch zinnen die we hier vaak horen. Toen de uitnodiging van In voor Mantelzorg kwam, wilde ik daar dus graag op inspringen, want ik vond dat we te laat voorlichting gaven en mantelzorgers te weinig meenamen in het traject waarin hun naaste belandt bij een plotselinge ziekenhuisopname.’

Direct de situatie in kaart

Bij ontslag krijgen de zorgprofessionals op de afdeling vaak te horen: “Ja maar hij kan nu echt niet meer naar huis want het wordt veel te zwaar voor ons”, stelt Davidson-Descelles. ‘Dan ontstaan lastige situaties nu de beschikbaarheid van topkamers of tijdelijke opname in een verpleeghuis zo beperkt zijn door de overheid. Deze kwetsbare patiënten worden nu te vaak naar huis gestuurd met slechts viermaal per dag thuiszorg.’

Juist daarom is het zo belangrijk dat bij opname direct al in kaart wordt gebracht hoe de patiënt en de mantelzorgers er op dat moment voorstaan, vult verpleegkundige Marita Giesen, 22 jaar werkzaam op nefrologie, aan. ‘De mantelzorger zorgt vaak al geruime tijd volcontinu voor iemand’, zegt ze. ‘Daarom is het heel goed als we direct al een helder beeld van de situatie krijgen, zodat we daarop kunnen inspelen en de mantelzorger niet laten zitten met het idee dat hij het bij ontslag van de patiënt niet meer redt. Want als dat het geval is, zien we de patiënt vaak al snel weer terug voor een volgende opname.’

Ondersteuning mantelzorgers steeds belangrijker

Davidson Descelles: ‘De vraag van In voor Mantelzorg triggerde me dus. Ik wist dat de ondersteuning van de mantelzorgers met het nieuwe kabinetsbeleid alleen maar belangrijker wordt. En die gedachte bleek hier op de afdeling breed gedragen te worden. Natuurlijk waren er ook vragen: “We bieden toch geen langdurige zorg?”, “We zijn toch geen verpleeghuis?”. Maar de overtuiging dat we ermee aan de slag moesten, won het. In voor Mantelzorg wilde weten of het plan steun kreeg vanuit het management en of het ziekenhuisbestuur er wel de noodzaak van zag. Dat was beslist het geval.’

De investering waard

Nadat de projectaanvraag was goedgekeurd, werd een team gevormd. Giesen: ‘We kregen te horen: “Als je deelneemt moet je er ook in investeren, maar we ondersteunen je daarbij en zorgen dat je er extra tijd voor krijgt”. Ik had er de investering graag voor over, want ik wist uit ervaring hoe belangrijk het is dat de mantelzorgers met een gerust gevoel hun naaste mee naar huis nemen.’

Medewerkers bewust over positie van mantelzorgers

De medewerkers werden geschoold om ze bewuster te maken van de positie van de mantelzorgers. Giesen: ‘Er zijn verschillende soorten mantelzorgers en die moeten we herkennen. Vaak zijn die mantelzorgers degenen met de meeste expertise over de patiënt. Zij kunnen antwoord geven op een vraag als “Vertoonde de patiënt dit gedrag thuis ook al?”. Voor ons effectief, want we hoeven die patiënt dan niet 24 uur te observeren op dat gedrag.’
Het transferbureau werd ingeschakeld om de verpleegkundigen voor te lichten over de adviezen die ze aan mantelzorgers kunnen verstrekken, ook over diensten die zij kunnen aanvragen. Giesen: ‘In het ziekenhuis wisten we niet hoe gemeenten functioneren en hoe wijkteams zijn ingericht. De uitleg hierover van het transferbureau was heel verhelderend voor ons.’

Ook de artsen werden bij het project betrokken. Davidson Descelles legt uit: ‘Bij de grote visite heeft de verpleging de uitkomsten van het zorggesprek ingevoegd als toevoeging in de bespreking over wel of niet naar huis gaan, en of er nog iets hiervoor geregeld moet worden door of met de arts. De arts is zich bewust van de rol van de verpleegkundige op dit gebied, want die ziet de patiënt doorlopend en heeft ook contact met diens mantelzorgers. De artsen vonden het ook prettig als de mantelzorger erbij zat tijdens de artsenvisite bij de patiënt. En voor de mantelzorger heeft het duidelijk waarde rechtstreeks van de arts te horen wat die te vertellen heeft. De patiënt is vaak onvoldoende helder om het verhaal van de arts in zich te kunnen opnemen.’

Mantelzorger vaker aanwezig

Het gevolg van de aanpak is dat de mantelzorger vaker aanwezig is op de afdeling en ook een actievere rol speelt. ‘We zijn af van de situatie waarin de verpleegkundige alle zorg als vanzelfsprekend overneemt op het moment van opname’, zegt Davidson Descelles, ‘terwijl de mantelzorger dit thuis al heel lang zelf doet. We gebruiken dus nu de vertrouwdheid voor de patiënt van diens mantelzorger, waar nodig aangevuld met de expertise van de verpleegkundige. Het heeft bij sommige van onze collega’s wel tijd gekost om dit toe te staan.’

Giesen erkent dit. ‘Het is moeilijk om de grenzen af te bakenen’, zegt ze. ‘Het vereist tact om daarin een middenweg te vinden. In dat proces kunnen wij de mantelzorgers soms wat leren. Maar omgekeerd: als die al jaren gewend zijn iets op een bepaalde manier te doen en dat is efficiënt en werkt naar tevredenheid van de patiënt, wie zijn wij dan om te zeggen dat het volgens ons protocol moet. Het is dus ook leerzaam voor ons.’

Bewustwording creëren

Op deze manier is een werksituatie gecreëerd waarin de verpleegkundigen ook kunnen leren van elkaar, vertelt Davidson Descelles. ‘Iedere verpleegkundige is anders en reageert dus anders op de grotere betrokkenheid van de mantelzorgers’, zegt ze. ‘We brengen deze interactie dus steeds aan de orde in de teamgesprekken om te bespreken wat goed gaat en wat beter kan.’ Hiermee is ook geoefend in rollenspellen, vult Giesen aan. ‘Hierbij was via In voor Mantelzorg iemand betrokken die de overbezorgde mantelzorger speelde’, vertelde ze. ‘Dat was buitengewoon leerzaam.’
De afdeling kon ook kaartjes winnen voor “Familiefabels”, een theatervoorstelling vanuit Vilans waarin diverse mantelzorgsituaties worden nagespeeld. Giesen: ‘Ook hierin komt de overbezorgde mantelzorger voor. Maar ook de mantelzorger met een Islamitische achtergrond. Die cultuur kennen wij niet heel erg goed. Bovendien creëren deze mensen soms een afstand door in hun eigen taal met elkaar te communiceren. Begrijpelijk, zeker als hun Nederlands ontoereikend is, maar wel goed om je hiervan bewust te zijn.’

Het gaat door

Na een paar maanden begon Giesen het gevolg van het project te merken. Ze vertelt: ‘In het verleden zag ik heel vaak mantelzorgers aan de balie staan, zij zaten vol met vragen. Na een paar maanden merkte ik dat die vragen steeds meer uitbleven. Dat is het mooie gevolg van concreet overleg met de mantelzorgers vanaf het moment van opname van de patiënt, met daarbij ook aandacht voor de vraag hoe het na ontslag thuis verder moet. Ik krijg veel minder ad hoc vragen nu alle belangrijke zaken al in dit overleg aan bod zijn geweest. Dat geeft me rust, ik kom meer aan mijn werk toe.’

Davidson Descelles benadrukt dat de aandacht voor versterking van de ondersteuning aan de mantelzorgers ook na afronding van de projectperiode gewoon doorgaat. ‘Wat we natuurlijk hopen is dat we minder patiënten terug zien in het ziekenhuis’, zegt ze. ‘Mantelzorgers hebben nu het gevoel dat ze gehoord worden en dat ze concrete ondersteuning krijgen om de situatie thuis weer aan te kunnen na ontslag van de patiënt. Dat is een enorme winst voor de mantelzorgers en ook voor de medewerkers.'

tekst: Frank van Wijck

Download een printversie van bovenstaand artikel

Lees ook: "Mantelzorger mag steeds meer in Ziekenhuis Rijnstate"

Mantelzorgers mogen steeds meer handelingen verrichten rond het bed van een patiënt in Ziekenhuis Rijnstate in Arnhem. Het ziekenhuis maakt de komende maanden ruim baan voor mantelzorgers. Geleidelijk aan wordt het project 'In voor Mantelzorg' ingevoerd op steeds meer verpleegafdelingen.

Dat meldt De Gelderlander op 3 maart 2016. Lees hier het volledige artikel.

 

Lees meer over de resultaten van Ziekenhuis Rijnstate

Facebook Twitter LinkedIn

Resultaten In voor Mantelzorg

Wat hebben de 80 deelnemende organisaties bereikt binnen In voor Mantelzorg?
Lees hier de resultaten

invoormantelzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.