8 uitgangspunten In voor Mantelzorg

U bevindt zich hier: Home | Over In voor Mantelzorg | 8 uitgangspunten In voor Mantelzorg

8 uitgangspunten In voor Mantelzorg

Het programma In voor Mantelzorg kent 8 uitgangspunten. Alle 80 deelnemende organisaties laten in hun aanpak één of meerdere van deze uitgangspunten aan bod komen. Daarmee willen zij een beweging in gang zetten om verder te komen in de samenwerking met mantelzorgers.

Versterken van de positie van mantelzorgers

In de wetsvoorstellen voor de nieuwe Wmo en Wlz is de positie van mantelzorgers beschreven. Al bij aanvang van de zorgrelatie is het van belang dat de mantelzorger kan deelnemen aan de gesprekken over de zorg en ondersteuning. Het is aan zorgaanbieders om dat te realiseren. Niet alleen in de beginfase van de zorgrelatie, maar gedurende de hele periode van zorgverlening. Dit uitgangspunt sluit aan bij de ambitie van de overheid om de gelijkwaardigheid van mantelzorgers in relatie tot de formele zorg te versterken. De zorgverzekeraar moet bij het inkoopproces van zorg meewegen of de aanbieder in het zorgproces een goede positie van de mantelzorger heeft opgenomen.

Wegnemen van belemmerende regels voor mantelzorgers

Mantelzorgers krijgen soms regels opgelegd door zorgorganisaties die hen belemmeren bepaalde (zorg)handelingen te verrichten. Daar blijkt juridisch meestal geen reden toe.  Wel stelt de Inspectie voor de Volksgezondheid bepaalde eisen aan de kwaliteit van de zorg en ondersteuning, die ook voor mantelzorgers relevant zijn. Denk aan het informeren over het houden van toezicht. Uitgangspunt is dat zorgorganisaties minder belemmerende regels opwerpen voor mantelzorgers om bepaalde (zorg)handelingen uit te kunnen voeren en hen informeren over de regels die relevant voor hen zijn.

Mantelzorgers goed informeren

Zorgaanbieders kunnen mantelzorgers en cliënten informatie verstrekken over ziektebeelden, omgang met ziektes, de diensten vanuit de organisatie, mogelijkheden voor ondersteuning en wat er van mantelzorgers zelf verwacht wordt. Daarbij moet niet alleen de inhoud, maar ook de vorm en het taalgebruik mantelzorgers aanspreken. Informatieverstrekking is vooral effectief als het ook gepaard gaat met goede uitleg  over de aandoening(en) of beperking(en), de consequenties ervan, tips voor de omgang met de cliënt, het versterken van de zelf- en samenredzaamheid. Indien nodig herhaalt de zorgorganisatie na verloop van tijd de informatie en uitleg of vult deze aan.

Signaleren en voorkomen van overbelasting van mantelzorgers

Zorgaanbieders letten op signalen van overbelasting van mantelzorgers en bieden passende ondersteuningsmogelijkheden aan en/of verwijzen door naar de mogelijkheden voor ondersteuning via de Wmo. Zorgaanbieders kunnen mantelzorgers eveneens helpen hun sociale netwerk in kaart te brengen en aan te spreken, zodat hun taken verlicht worden. Als dat niet voldoende verschil maakt, kunnen ze aanbieden om vrijwilligers te zoeken die een bijdrage kunnen leveren aan de zorg en ondersteuning van de cliënt. Ook kunnen ze vanuit de Wlz of op verzoek van gemeenten via financiering vanuit de Wmo respijtzorg aanbieden. Met het oog op het behoud van de eigen regie kunnen ze mantelzorgers (en cliënten) ook doorverwijzen en hen stimuleren zelf op zoek te gaan naar een vrijwilliger of naar andere vormen van (betaalde) ondersteuning, zoals een mantelzorgmakelaar.

Inzetten van technologie en hulpmiddelen

Technologie en hulpmiddelen inzetten ter ondersteuning van mantelzorgers is op meerdere fronten effectief. Zo kan het bijdragen aan een effectieve communicatie, bijvoorbeeld door het gebruik van beeldschermzorg of digitale communicatie. Technologie en hulpmiddelen kunnen ook de zelfredzaamheid van cliënten zelf bevorderen, waardoor ook mantelzorgers geholpen zijn. Het benutten van deze hulpmiddelen hangt mede af van goede toerusting voor het gebruik ervan. Zorgorganisaties kunnen ervoor zorgen dat mantelzorgers goede instructies ontvangen.

Toerusten van mantelzorgers

Zorgaanbieders zorgen voor goede toerusting van mantelzorgers en ook van het sociale netwerk en vrijwilligers. Hierbij gaat het niet alleen om het instrueren in het gebruik van technologische hulpmiddelen, maar ook om het op verzoek aanleren van specifieke (zorg-) vaardigheden. Op die manier kunnen mantelzorgers en andere informele zorgverleners hun werkzaamheden op veilige en verantwoorde wijze uitvoeren. Een zorgorganisatie kan de afspraken hierover vastleggen in het zorgleef- of ondersteuningsplan van de cliënt of in een vrijwilligersovereenkomst.

Gelijkwaardig samenwerken in de zorg

Zorgaanbieders werken samen met mantelzorgers op basis van gelijkwaardigheid en erkenning van elkaars expertise. De medewerkers zijn in staat om de dialoog aan te gaan met cliënten en hun mantelzorgers en bij de zorgverlening zoveel mogelijk aan te sluiten bij hun wensen en gebruiken. Ook weten ze naast mantelzorgers andere bekenden uit het sociale netwerk van de cliënt uit te nodigen een bijdrage te leveren aan de zorg en ondersteuning op een manier die bij hen past en voor hen haalbaar is. De zorgorganisaties bieden hun medewerkers passende ondersteuning en instrumenten om deze kanteling vorm te geven, bijvoorbeeld in de vorm van scholing.

Werken vanuit een toekomstbestendige visie op mantelzorg

Zorgaanbieders laten in hun visie en bijpassende beleidskaders zien dat ze op basis van gelijkwaardigheid en erkenning van de expertise, ondersteuningsbehoeften en (zorg)ervaringen van mantelzorgers met hen willen samenwerken. Ze zorgen met en naast mantelzorgers voor goede zorg en ondersteuning aan cliënten en versterken daarmee het behoud van de kwaliteit van leven, zowel van de cliënten als van de mantelzorgers.

 

Facebook Twitter LinkedIn

invoormantelzorg.nl gebruikt cookies om het gebruik van de website te analyseren en het gebruiksgemak te verbeteren. Lees meer over cookies.